Een eigen taaltje.

Geweldig toch, hoe kleintjes hun taal ontwikkelen.

Kleinere Prins spreekt eerder in klanken dan in woorden (voorlopig, daar ga ik vanuit!):

pa (= pakken, uiteraard met de obligate uitgestrekte armpjes en de handjes die nog wat extra druk leggen door urgente grijpbewegingen te maken – anyone would understand this one), nnnnn (= Kleine Prins), papa & mama (loud & clear), tita (= Kinta, de schattigste en meest luie hond ever maar vooral op één of andere manier het absolute kameraadje van Kleinere Prins – echt een duo die twee), wa (= water), oeioeioeioeioei (spreekt voor zich – denk erbij een behoorlijk gevoel voor dramatiek :-)), pi (= kippen), paa (=paardjes), ba (= bal), bumbajou (= bumba), tsitsjieuw (= vogel – deze is mijn favoriet!), fesh (= fles), …