Krak…

Mijn hart breekt.

Ik ben opnieuw aan het werk en de prinsjes zitten in de creche.

Kleinere Prins lijkt het allemaal geweldig ok te vinden… Ik voelde me nochtans een verschrikkelijke mama, wie geeft er nu zo’n klein prutsje aan anderen om ervoor te zorgen. Maar de “anderen” hebben altijd heel goed voor de oudste gezorgd en het is daar een waar kinderparadijs. Dus dat komt wel goed. En hij lacht en hij trappelt en hij brabbelt ’s avonds gewoon door. Dus hij lijkt het niet erg te vinden. Jeuj.

Maar Kleine Prins heeft het moeilijk. Hij ging altijd graag, maar sinds zijn broertje meekomt is het veel lastiger. Hij wil zijn broertje blijkbaar beschermen en verzorgen en ik denk dat hij het moeilijk heeft met dat grote verantwoordelijkheidsgevoel…

Hij is zo lief, echt. Zo lief dat ik er bijna van moet janken. Al zullen dat ook mijn hormonen zijn. Maar toch: ik denk niet dat er lievere jongetjes bestaan. Echt niet.

En dat ik dan zoals vanochtend zo’n lief jongetje huilend moet achterlaten om zoiets banaals te doen als werken, dan breekt mijn hart. In duizend stukken. En als ik er nu aan denk breekt het helemaal opnieuw.

Ah, mama zijn. Het doet wat met een mens.