To remember!

– mama, kijk, nielsje heeft dat getoedoet!

– nielsje heeft dat pakotmaakt

– hoort! *vingertje in de lucht* dikke vriend joept! (= knuffelbeer)

– kielekielekiele (dat kan hij écht mooi zeggen)

– kijk papa, ik ben aan ’t zwemmen (op zijn buik in bad)

– oekandanu?

– OH KIJK! (in de auto, dolenthousiast, zodat ik elke keer bijna de kant in rijd :-)) kerstboom! lichtjes!…

– dat zijn kerstappels

– nielsje heeft socola in de buik

– iben weent (bij elke kik die zijn broertje geeft :-))

– waar is tut en djaakje?

– ik kan da zelf!

– met joeter spelen… (computer)

– mama komt seffes (zegt hij hele dag in creche)

– ik ben aan t puzzelen! (en daar is hij verdomd goed in!)

’t Is kerst!

Wij…

…aten ons buikje rond aan té lekker eten.

…openden véél te veel kado’tjes.

…kregen ontzettend leuke pakjes en ik denk dat ik het allerleukste kreeg. (De “4s”, ja, in ’t wit – how cool is that?!?)

…liepen achter de prinsjes (achter eentje toch, de andere bleef braaf ter plekke trappelen).

…en liepen nog achter datzelfde prinsje (gelopen dat er is!)

…haalden ’s avonds slapende prinsjes uit de auto (hen slapend in bedje leggen bleek keer op keer net te mislukken – grmbl)

…dronken lekkere champagne en cava en wijn en limoncello (en ook wel wat water).

…zetten kerstmutsen op en lachten met mopjes en met andere dingen.

…keken naar elkaar en wisten dat het goed was. Gezellig. En wij gelukkig. En voldaan.

Hopelijk jullie ook!

Krak…

Mijn hart breekt.

Ik ben opnieuw aan het werk en de prinsjes zitten in de creche.

Kleinere Prins lijkt het allemaal geweldig ok te vinden… Ik voelde me nochtans een verschrikkelijke mama, wie geeft er nu zo’n klein prutsje aan anderen om ervoor te zorgen. Maar de “anderen” hebben altijd heel goed voor de oudste gezorgd en het is daar een waar kinderparadijs. Dus dat komt wel goed. En hij lacht en hij trappelt en hij brabbelt ’s avonds gewoon door. Dus hij lijkt het niet erg te vinden. Jeuj.

Maar Kleine Prins heeft het moeilijk. Hij ging altijd graag, maar sinds zijn broertje meekomt is het veel lastiger. Hij wil zijn broertje blijkbaar beschermen en verzorgen en ik denk dat hij het moeilijk heeft met dat grote verantwoordelijkheidsgevoel…

Hij is zo lief, echt. Zo lief dat ik er bijna van moet janken. Al zullen dat ook mijn hormonen zijn. Maar toch: ik denk niet dat er lievere jongetjes bestaan. Echt niet.

En dat ik dan zoals vanochtend zo’n lief jongetje huilend moet achterlaten om zoiets banaals te doen als werken, dan breekt mijn hart. In duizend stukken. En als ik er nu aan denk breekt het helemaal opnieuw.

Ah, mama zijn. Het doet wat met een mens.