Onze Tony.

Wij hadden een pony’tje op logement.

Tony (not guilty, die naam kreeg hij voordat wij hem kregen) werd in oktober bij ons gebracht omdat hij op een weide eenzaam stond te verkommeren.

Wij hadden de plaats en vonden het wel spannend, zo’n logie.

Het was nogal een hevig baasje en wij kenden helemaal niets van paarden of pony’s, dus het was best spannend. Maar we hebben hem goed verzorgd, veel aandacht gegeven en vooral best wel mak gekregen (die ene beet in mijn billen zie ik door de vingers, ze zagen er ongetwijfeld te lekker uit).

En de laatste tijd was hij zo braaf, dat hij lekker het gras mocht komen eten dicht bij het huis aan een koord.

Hij was verwend, ja, maar wij ook.

Tot we eergisteren telefoon kregen dat hij eigenlijk terug naar de eigenaars moest, want die hadden ergens een eenzaam paard. En nu is hij dus weg.

Onze Tony, van wie wij echt vergeten waren dat hij maar een logie was.

En wij, wij gaan op zoek naar een eigen Tony. Helemaal van ons. Eentje die ze nooit meer komen halen…

En de echte Tony, die mag altijd komen logeren als hij dat wilt. Want we missen hem nu al.

Wij zijn terug.

En het was zalig! We hebben genoten van zon, zee, elkaar…

Kleine Prins is alweer erg veranderd, dat doet hij elke dag! Hij praat nu honderduit en is niet binnen te houden.

“Oenen, oenen” en dan komt hij met schoenen van mama of/en papa want dan wil hij naar buiten…

Wat hij nog allemaal zegt: tusje (tutje), paadje (paardje), ina (Kinta, onze doggie), bai (bal), open, esje (flesje), boekje, bumba (uiteraard), oco (choco), oekje (koekje), akot (cracotte), baby, pikki (piggy)…

En het woordje wat wij 100x/dag horen: “oei” – alles is oei: een druppel water op de grond is oei, een papiertje dat valt is oei, een beetje yoghurt aan zijn vinger is oei, een stukje koek dat afbreekt is oei…

Wij zijn weg.

Voor eventjes toch.

Wij gaan lekker met z’n drietjes naar het (hopelijk) warme Spanje! Een vakantie waar we al héél lang naar hebben uitgekeken, want we bezoeken daar de grootouders van onze Kleine Prins, die zitten daar sinds een tweetal weken – en Daddy, die is nog aan het herstellen van een vreselijke ziekte met grote K, maar als bij wonder kan hij dat dus doen onder de Spaanse zon.

En daar gaan wij dan ook zo hard van genieten als we nog nooit ergens van hebben genoten. Want het leven, dat hangt aan een zijden draadje. Dat hebben wij van veel te dichtbij gezien.

En daarom gaan wij genieten, allemaal samen, van familie, van zon, van zee, van lekker eten, van het leven en van het kleine leven in wording…

Tot snel!