Mijn dag begon goed, ze…

Iedereen was goed gezind thuis.

Kleine Prins had supergoed geslapen (dat doet hij wel vaker, maar vorige nacht niet, dus we hadden er extra deugd van) en werd wakker met de glimlach.

De poetshulp kwam toe en het vooruitzicht naar een proper huis straks is al een heerlijke gedachte.

En mijn afspraak om 9u00 in Hasselt was – gelukkig – weggevallen.

Dus mijn humeur stond op zon (en dat gebeurt niet zo vaak ’s ochtends).

Ontbijten, koffie drinken, honden beentje geven, Prinsje in zijn outfit en huppa…wijle weg.

Kleine Prins in de creche afgezet, auto in en gebeld naar mijn zus – handsfree, dat spreekt (wij doen dat al eens – om niet te zeggen constant – heerlijke manier om ochtendspits gezellig door te komen) en plots… na ongeveer een kwartiertje in de wagen besef ik dat ik helemaal de verkeerde kant oprijd!

En niet een beetje de verkeerde kant, gewoon helemaal de verkeerde kant!

Geen idee van waar die verstrooidheid kwam, ik heb dat écht nog niet vaak voor gehad (erg, he, één keer al wel dus ik zou liegen als ik nooit zeg).

Vreemde ervaring dus. Mijn onderbewustzijn vond precies dat het tijd was om bij mijn grootmoeder langs te gaan (want die richting reed ik uit, ik stond zelfs bijna op haar oprit).

Note to self: even focussen voor je zus opbelt en zien dat de juiste weg is ingezet.